|
|
De begijnhofkerk
In de Contrareformatieperiode oogstte de begijnenbeweging opnieuw succes en het bevolkingsaantal steeg opnieuw. In de XVII eeuw zullen twee bouwcampagnes ertoe bijdragen dat de kerk zodanig verbouwd werd en een vorm kreeg die ze sindsdien heeft behouden. De eerste verbouwingen dateren van de periode 1630-1640 (grootjuffer Joanna BAUTERS) en de tweede serie dateren van circa 1682 (grootjuffer Fernandine DE BOCK). Hierdoor worden wij vandaag nog steeds geconfronteerd met een pseudo-hallenkerk. Bij het bezoek aan de binnenzijde van de kerk zal men inderdaad kunnen vaststellen dat de barokke uitstraling gepaard gaat met gotische sporen. Toen de begijnen in 1874 naar het nieuwe begijnhof te St-Amandsberg verhuisden werden bijna alle roerende goederen uit de kerk overgebracht naar het nieuwe Hof, dit tot grote ontsteltenis van de in 1805 door Napoleon opgerichte ‘Kerkfabiek St-Elisabeth’. De barokke stenen beelden, die de zuilen versieren, werden echter achtergelaten, net zoals enkele schilderijen en de 15 mysteries in grisaille (XVIII eeuw). Aan één der zijaltaren vindt men een kopie terug van het Mattekenskruis (origineel- cfr St-Amandsberg), met onlosmakelijk daaraan verbonden het XVeeuwse ‘mattekensverhaal’. Het andere zijaltaar bevat een doek van Charles REMES (XVIII eeuw) dat de H. Dominicus Guzman voorstelt. Dit verwijst nog eens extra naar het feit dat de Dominicanen instonden voor de geestelijke en godsdienstige begeleiding van de begijnen in het St-Elisabeth-begijnhof. Dat de kerk (en voorheen het begijnhof) de H. Elisabeth van Thüringen (Hongarije) tot patrones hebben, vinden wij terug aan de top van het hoofdaltaar. De begijnhofkerk bezit nog steeds een ‘Van Peteghem-orgel’ (Gentse orgelbouwerfamilie). Zij staat bekend om haar goede akoestiek, wat ertoe bijdraagt dat er regelmatig concerten worden georganiseerd. |
|